Persbericht Auvibel: Nieuwe tarieven voor de privékopie, evenwichtig en aangepast aan de technologische realiteitLEES MEER

Agoria, de federatie van Belgische technologiebedrijven, en Auvibel, de Belgische collectieve beheersvennootschap die de privékopievergoeding in België int en verdeelt, verheugen zich over de goedkeuring van een nieuw Koninklijk Besluit over de privékopie, dat rekening houdt met de belangen van de verschillende categorieën rechthebbenden uit de Belgische creatieve sector en met de snelle evolutie van de technologiesector.

Het KB over de nieuwe privékopietarieven zou, na advies van de Raad van State, binnenkort in het Belgisch Staatsblad moeten worden gepubliceerd, en het nieuwe systeem zou dan in de eerste maanden van 2022 in werking treden. De nieuwe tarieven zijn gebaseerd op een eenvoudig, forfaitair en transparant tariefsysteem, waarbij besloten is slechts één enkel tarief per type apparaat of drager te hanteren en waarbij een breder scala van producten wordt onderworpen aan de bijdrage.

Dit nieuwe akkoord houdt enerzijds rekening met de belangen van de rechthebbenden in de Belgische creatieve sector en anderzijds met de snelle evolutie van de technologiesector. Er wordt ook rekening gehouden met de verkoopprijs van de betrokken apparaten en dragers, om erover te waken dat de nieuwe tarieven een redelijk deel van die verkoopprijs vertegenwoordigen”, geven Agoria en Auvibel tevreden aan.

Concreet worden de bijdragen uitgebreid tot de consumentencomputers, consumentenprinters (stand alone en/of multifunctioneel), en e-readers.

Op het vlak van tarifering, zijn er nieuwe forfaitaire tarieven vastgelegd voor smartphones, tablets, Set Top boxen, consumentencomputers, salontoestellen met geïntegreerde harde schijf zoals een HiFi-keten, DVD recorder enz., consumentenprinters, MP3-/MP4-spelers, e-readers, externe harde schijven, USB-sleutels en geheugenkaarten, DVD’s en CD’s. U kunt de voorlopige lijst met nieuwe tarieven raadplegen op de website van Auvibel.

De privékopie is een uitzondering op het auteursrecht, die wettelijk is vastgelegd via een Europese richtlijn en Belgische wetgeving. Deze uitzondering staat het strikt privékopiëren door consumenten van auteursrechtelijk beschermde werken toe zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende. In ruil daarvoor is er een vergoeding verschuldigd door de consumenten als “billijke compensatie” voor de rechthebbenden, en dit, in de vorm van bijdragen die worden geïnd op de verschillende apparaten en dragers die het maken van privékopieën toelaten.

De nieuwe tarieven zijn het resultaat van een lang proces van uitwisseling en samenwerking tussen Agoria, Auvibel en de andere betrokken partijen, over de meest transparante en evenwichtige manier om de inning van deze bijdragen te spreiden, rekening houdend met onder meer de betaalbaarheid voor de consument, de verkoopprijs van de relevante apparaten en dragers, de administratieve vereenvoudiging van het bestaande systeem, het Belgisch juridische kader en gelijkaardige systemen in andere Europese landen. “We zijn tevreden over dit nieuwe Koninklijk Besluit, dat tot stand is gekomen dankzij een constructieve samenwerking van alle betrokken partijen (rechthebbenden, technologiesector, consumenten en overheid). Agoria en Auvibel handelden in dit dossier binnen het door de federale regering uitgetekende kader“, besluiten Agoria en Auvibel.

Het overzicht van de nieuwe tarieven en onderworpen goederen vindt u hier: https://www.auvibel.be/nl/vergoeding/tarieven-van-de-onderworpen-goederen/

Kopieerwinkels in regel met auteursrecht krijgen nieuw labelLEES MEER

Reprobel geeft vanaf heden een label aan copyshops die volledig in regel zijn met het auteursrecht. Hiermee wil de beheersvennootschap de kopieerwinkels belonen die jaarlijks hun aangifte indienen en de auteursrechtenvergoeding betalen, aangezien in nog te veel copyshops beschermde werken zoals krantenartikelen en studieboeken worden gekopieerd zonder dat de auteur hiervoor een bijdrage ontvangt.

Met deze actie wil Reprobel de sector enerzijds responsabiliseren en informeren en anderzijds bewustmaken over auteursrechten en de bijhorende wettelijke verplichtingen. Naar schatting vervult amper de helft van kopieerwinkels de verplichting tot aangifte bij Reprobel. Deze actie zal copyshops in herinnering brengen waarom Reprobel een vergoeding vraagt en hoe belangrijk een gelijk speelveld is om eerlijke concurrentie in de sector te waarborgen. Diegenen die nog niet in regel zijn, kunnen via een eenvoudige regularisatiecampagne ingaan op een contractvoorstel van Reprobel met zo weinig mogelijk administratieve lasten.

Het allereerste label werd toegekend aan Topcopy te Gent. Reprobel zal contact opnemen met andere kopieerwinkels die rekening houden met de auteursrechten en hen een sticker bezorgen.

Youtube niet aansprakelijk voor illegaal geüploade contentLEES MEER

Het Europese Hof van Justitie heeft zich uitgesproken of onlineplatformen al dan niet een mededeling aan het publiek verrichten wanneer hun gebruikers illegaal, zonder toestemming, auteursrechtelijke beschermde content plaatsen. Zij doet dit naar aanleiding van de prejudiciële vragen gesteld door het Duitse Bundesgerichtshof in de zaken C-682/18, Peterson v. Youtube, en C-683/18, Elsevier v. Cyando.

In beide zaken, die aanhangig werden gemaakt voor de Duitse rechtbank, zouden verschillende auteursrechtelijk beschermde werken op de platformen geplaatst zijn zonder toestemming van de rechthebbenden. Het Bundesgerichtshof heeft vervolgens enkele prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie gesteld omtrent de aansprakelijkheid van onlineplatformen inzake deze illegaal geüploade content. Het is echter wel op te merken dat er nog geen rekening gehouden werd met de Auteursrichtlijn 2019/790 en in het bijzonder artikel 17 van deze richtlijn aangezien deze pas nadien in werking is getreden.

Het Hof van Justitie is van oordeel dat onlineplatformen zelf geen mededeling aan het publiek verrichten voor content die hun gebruikers zelf illegaal online plaatsen, tenzij het platform daarnaast bijdraagt om het publiek toegang tot die content te verlenen. Dit is het geval wanneer een onlineplatform weet dat beschermde content op onwettige wijze beschikbaar is op hun platform en dit niet onmiddellijk verwijdert of blokkeert, of wanneer het platform dit had moeten weten en hiertegen geen concrete maatregelen heeft getroffen om de inbreuken tegen te gaan, of wanneer het platform deelneemt aan de selectie van beschermde content die aan het publiek ter beschikking wordt gesteld, eventueel hulpmiddelen aanbiedt om deze content te delen of het delen ervan stimuleert.

Het Hof stelt daarnaast ook dat platformen in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid volgens artikel 14 van de Europese richtlijn 2000/31 inzake elektronische handel, op voorwaarde dat ze geen actieve rol spelen en dusdanig geen kennis of controle hebben over de content die geüpload wordt op hun platform. Zij komen niet in aanmerking voor de vrijstelling wanneer het platform kennis heeft van de concrete onwettige handelingen van zijn gebruikers inzake de geüploade beschermde content op zijn platform.

Tot slot heeft het Hof van Justitie de voorwaarden, krachtens richtlijn 2001/29, gespecifieerd waardoor rechthebbenden een verbod kunnen opleggen aan een onlineplatform. De richtlijn neemt het recht van de rechthebbende niet weg om via nationale wetgeving een verbod t.a.v. het platform waarop gebruiker de inbreuk pleegde, te verkrijgen, indien de inbreuk gemeld werd voor de start van de gerechtelijke procedure en het platform de content niet heeft verwijderd of ontoegankelijk heeft gemaakt. De nationale wetgever moet erop waken dat de stopzetting of het verwijderen van de inbreuk niet zodanig lang heeft geduurd dat de rechthebbende onevenredige schade lijdt.

Gezamenlijke mailing Copiepresse - License2Publish - RepropressLEES MEER

Heeft u de gezamenlijke mailing Copiepresse - License2Publish - Repropress ontvangen en wenst u het formulier op papier in te vullen?

Download hier het aangifteformulier en hier in geval u een Public Relations onderneming bent.

Hof van Justitie spreekt zich uit over framingLEES MEER

Het Europese Hof van Justitie heeft zich uitgesproken of framing al dan niet een mededeling aan het publiek inhoudt (C‑392/19). Een Duitse rechter stelde hierover een prejudiciële vraag aan het Hof. De digitale bibliotheek, SPK, had toestemming verkregen om op hun platform verschillende thumbnails ter beschikking te stellen aan hun publiek. De beheersvennootschap, VG Bild Kunst, stelde hiervoor een licentie op met de clausule dat er technische voorzieningen moeten worden genomen die  framing door derde partijen verhindert, wat SPK weigerde.

De Duitse rechter moest vervolgens oordelen of men kan spreken van mededeling aan het publiek, zoals vermeld in artikel 3 van de Richtlijn 2001/29, wanneer een auteursrechtelijk beschermd werk dat met toestemming van de rechthebbende beschikbaar is op een website, geëmbed wordt door middel van framing op een website van een derde wanneer daarbij de door de rechthebbende getroffen of opgelegde beschermingsmaatregelen tegen framing worden omzeild. De rechter oordeelde dat dit wel degelijk een nieuw publiek betrof aangezien het recht van mededeling anders zou uitgeput zijn van zodra het werk op een website staat, maar vroeg toch raad aan het Hof van Justitie.  He Hof bevestigde de uitspraak van de Duitse rechter.

Uit eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie (Svensson, Bestwater en GS Media) volgde reeds dat er sprake is van een mededeling aan het publiek wanneer een link een auteursrechtelijk beschermd werk meedeelt aan een nieuw publiek, i.e. een publiek waar geen rekening mee werd gehouden toen de rechthebbende toestemming gaf voor de initiële publicatie van zijn werk. Het Hof gaat nu dieper in op de rol van technische beschermingsmaatregelen bij de eerste mededeling aan het publiek.

Indien een rechthebbende beperkende maatregelen instelt of oplegt om de toegang tot zijn auteursrechtelijk beschermd werk te beperken en de link ervoor zorgt dat de beperkende maatregelen (bv. om de toegang tot de website te beperken tot abonnees) worden omzeild, is er wel degelijk sprake van een nieuwe publiek waarvoor de toestemming van de rechthebbende is vereist. De verleende toestemming voor de oorspronkelijke mededeling aan het publiek is dan niet langer voldoende. Dit is het geval wanneer het werk niet meer beschikbaar is op de website waarop het werk oorspronkelijk stond of wanneer die website enkel beschikbaar is voor een beperkt publiek.

A contrario zou kunnen worden afgeleid dat indien een rechthebbende een auteursrechtelijk beschermd werk meedeelt aan het publiek zonder te voorzien in technische maatregelen die de toegang van het werk vanaf andere websites beperken,  de rechthebbende geacht  wordt toestemming te hebben verleend voor de mededeling van dat werk aan alle internetgebruikers. Een embedding van dat werk zou in dat geval dan geen nieuwe mededeling aan het publiek kunnen uitmaken.

Het Hof van Justitie stelt daarnaast ook dat aangezien de licentie van VG Bild Kunst expliciet de toegang beperkt voor andere websites, er niet kan worden uitgegaan dat de houder ingestemd heeft zijn werken vrijelijk aan het publiek mee te delen. Door technische voorzieningen te treffen, wordt dusdanig de wens geuit het publiek te beperken tot alleen de gebruikers van een bepaalde website en niet de gebruikers van de website waarop het werk via framing werd gepubliceerd.

Indien men zou stellen dat de houder van de rechten toch geacht wordt toestemming te geven voor alle websites, zelf wanneer hij beperkende maatregelen treft, druist dit in tegen het exclusieve en onuitputtelijke recht uit artikel 3 van Richtlijn 2001/29 en wordt de houder de mogelijkheid ontnomen een passende vergoeding voor het gebruik van zijn werk te eisen.

Het Hof van Justitie concludeerde dat wanneer een werk dat reeds met toestemming beschikbaar is op een website en via framing op een andere website, die vrij toegankelijk is, wordt geëmbed, een mededeling aan het publiek inhoudt wanneer hiermee de voorzieningen worden omzeild die de houder tegen framing heeft getroffen of opgelegd.

Framing kan in deze zaak dusdanig worden beschouwd als het beschikbaar stellen van de werken aan een nieuw publiek, waardoor bijkomende toestemming van de houder vereist is. VG Bild Kunst kan SPK verplichten de technische voorzieningen tegen framing  door derden te nemen.

Met dit arrest verschaft het Hof van Justitie de noodzakelijke duidelijkheid over de mogelijkheid voor rechthebbenden om links naar auteursrechtelijk beschermde werken te beperken, met inbegrip van de mogelijkheid voor de rechthebbenden om het linken contractueel te beperken (bv. het opleggen van technische maatregelen tegen framing door derden).